Hoe meet je duurzame inzetbaarheid binnen een organisatie?
Duurzame inzetbaarheid meet je door organisatiegegevens te combineren met wat medewerkers ervaren in hun werk. Kijk naar verzuim en verloop, maar ook naar ontwikkelmogelijkheden, werkplezier en de aansluiting tussen mensen en hun functie. Daarmee onderzoek je zowel wat er gebeurt als welke omstandigheden aandacht vragen.
Begin met een concrete vraag. Wil je begrijpen waarom mensen vertrekken, waarom ontwikkeling achterblijft of waarom een team steeds meer moeite heeft met het werk? Een duidelijke vraag voorkomt dat je veel gegevens verzamelt zonder te weten welke beslissing je ermee wilt nemen.
Wil je eerst bepalen welke thema’s aandacht verdienen? Doe de duurzame inzetbaarheidscheck van Menea. Gebruik de uitkomst als vertrekpunt voor een gesprek over jouw organisatie.
Welke indicatoren zijn bruikbaar?
Kies een beperkte set indicatoren die past bij jullie vraagstuk. Leg bij iedere indicator vast hoe je deze berekent, over welke periode je meet en welke vervolgvraag een verandering oproept.
| Onderwerp | Wat kun je volgen? | Welke vraag stel je erbij? |
|---|---|---|
| Verzuim | Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en duur | Welk patroon zien we en welke werkfactoren moeten we onderzoeken? |
| Behoud | Vrijwillig vertrek en redenen uit vertrekgesprekken | Waarom vinden mensen elders meer perspectief? |
| Ontwikkeling | Ontwikkelgesprekken en gerealiseerde leerafspraken | Kunnen medewerkers daadwerkelijk tijd maken om te leren? |
| Mobiliteit | Interne overstappen en veranderingen in taken | Benutten we talenten die al aanwezig zijn? |
| Ervaring | Terugkerende vragen over werkplezier, werkbelasting en steun | Wat ervaren medewerkers anders dan het management verwacht? |
Een hoger aantal coachingsgesprekken kan bijvoorbeeld betekenen dat meer medewerkers vastlopen. Het kan ook betekenen dat begeleiding toegankelijker is geworden. Het cijfer krijgt pas betekenis als je het gesprek voert over de context.
Waarom alleen het verzuimpercentage onvoldoende is
Een laag verzuimpercentage vertelt niet of medewerkers voldoende perspectief hebben of hun talenten kunnen benutten. Mensen kunnen blijven werken terwijl de aansluiting met hun functie verslechtert. Andersom betekent een tijdelijke stijging van verzuim niet automatisch dat een ontwikkelprogramma niet werkt.
Bekijk daarom de samenhang. Krijgen medewerkers bijvoorbeeld wel een opleiding aangeboden, maar geen tijd om het geleerde toe te passen? Zijn er doorgroeimogelijkheden, maar weten leidinggevenden niet hoe zij het gesprek hierover kunnen voeren? Zulke vragen zijn onderdeel van een bredere aanpak van duurzame inzetbaarheid.
Een praktijkinzicht van Erna Jongman
In een eerder gepubliceerd praktijkverhaal beschrijft Menea hoe arbeidsdeskundige Erna Jongman bij een grote zorgorganisatie onderzoek deed naar inzetbaarheid tot aan het pensioen. In gesprekken kwamen werkdruk, leiderschap en generatieverschillen terug. Haar advies verbond concrete interventies aan een financiële onderbouwing.
Dat voorbeeld laat zien waarom cijfers en gesprekken elkaar aanvullen. Bespreek daarom niet alleen welke cijfers veranderen, maar ook welke werkafspraken en omstandigheden medewerkers helpen.
Van nulmeting naar een bruikbare vervolgmeting
Een nulmeting geeft een vertrekpunt. De waarde ontstaat wanneer je de uitkomsten gebruikt om keuzes te maken en later onderzoekt wat er verandert.
Bepaal het vraagstuk. Benoem welke beslissing jullie willen kunnen nemen.
Kies de indicatoren. Combineer een organisatiecijfer met vragen over de ervaring van medewerkers.
Bespreek de uitkomst. Betrek medewerkers en leidinggevenden bij het begrijpen van de patronen.
Kies een concrete verandering. Denk aan tijd voor ontwikkeling, een andere taakverdeling of ondersteuning bij loopbaanvragen.
Meet opnieuw. Gebruik dezelfde definities en een vergelijkbare periode. Noteer ook veranderingen in teamsamenstelling en omstandigheden.
Bekijk uitkomsten op een niveau waarop je zinvolle patronen ziet. Een gemiddelde voor de hele organisatie kan verschillen tussen afdelingen verbergen. Tegelijk moeten kleine groepen voldoende beschermd blijven tegen herkenbaarheid. Spreek vooraf af wie welke gegevens ontvangt en waarvoor jullie deze gebruiken.

